logo Reijnders Partners405px

Bewaren

Zelfstandig Zonder Personeel mét VAR-verklaring?

Ondernemen zonder VAR verklaring

Heeft u te maken met een ZZP-er of bent u zelf en ZZP-er? Dan zal het u niet ontgaan zijn dat er vanaf 1 januari 2016 de VAR-verklaring wordt afgeschaft en dat er een nieuw alternatief voor in de plaats komt. Die wet, Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, houdt kort gezegd in dat belangenorganisaties, maar ook individuele opdrachtgevers of opdrachtnemers, modelovereenkomsten kunnen voorleggen aan de Belastingdienst. Na goedkeuring door de Belastingdienst kan men er van uitgaan dat het werken met en conform deze overeenkomsten niet tot inhoudingsplicht van loonheffing leidt. Heeft u op dit moment een VAR-beschikking over 2014, dan geldt deze ook voor 2015, althans als de werkzaamheden gelijk blijven. U kunt een nieuwe overeenkomst voor 2016 nu al voorleggen aan de Belastingdienst.

Zo’n overeenkomst dient volledig en juist geredigeerd te zijn. Zeker, gezien de uitgebreide jurisprudentie die zich heeft voorgedaan bij het niet overeenkomen van de werkzaamheden die in de afgegeven VAR-beschikking stonden vermelden. De laatste uitspraak, waar een standaard raamovereenkomst was opgesteld, was als volgt.
 
Een vrouw heeft zich gespecialiseerd in de palliatieve zorg. Zij werkt voor verschillende zorginstellingen, maar ook voor bemiddelingsbureaus. Ze heeft een raamovereenkomst opgesteld samen met de zorginstellingen. Zij wilde graag aangemerkt worden als zelfstandige dus ze vroeg aan de Belastingdienst om een VAR-wuo vanaf 1 januari 2015. Die kreeg ze niet; ze kreeg een VAR-loon, oftewel ze kon zich niet aanmerken als ZZP-er. Ook bij de Rechtbank ving ze bot. De Rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van ondernemerschap wegens onvoldoende zelfstandigheid ten opzichte van de zorginstellingen en de bureaus. Een standaard raamovereenkomst werkt dus niet.
 
Gelet op deze uitspraak, maar ook andere uitspraken, is het erg verstandig zo’n overeenkomst van tevoren samen met uw adviseur op te stellen, of op z’n minst te overleggen. Dit kan een hoop ergernis en kosten schelen. Want eenmaal een beschikking door de Belastingdienst afgegeven, zijn de rollen omgedraaid; u dient dan immers te bewijzen dat de Belastingdienst ongelijk heeft.